January 1, 2012

Het journalistieke diepe in

De warme benauwde lucht dringt mijn longen binnen en de eerste zweetdruppels vormen zich op mijn klamme rug. Achter de stoet mensen aan betreed ik de bodem van het elfde Afrikaanse land dat ik bezoek: Tanzania. Na het invullen van een serie verplichte documenten ga ik in de Visa Application-rij staan. De procedure, eindigend met een paar ferme vingerafdrukken, verloopt zonder veel problemen. Bij de man voor me gaat het minder vlekkeloos. Het maakt niet uit dat hij al een visum in Engeland heeft gekocht. “Not valid. You need to pay 200 dollars”, stelt de douane beambte.

O ja. Ik ben in Afrika.

Even schakelen. Een paar dagen geleden rende ik nog rond in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Masterclasses Oorlogsverslaggeving en Verhalende journalistiek. Workshops Onderzoeks-, rampen- en fotojournalistiek. Columns en debatten. 29 november stond in het teken van buitenlandjournalistiek en vele journalistieke grootheden waren van de partij. De afgelopen maanden sprak ik met buitenlandverslaggevers, hoofdredacteuren, fotografen, filmmakers en correspondenten. Hoe beleven zij hun vak momenteel en hoe ziet volgens hen de toekomst van berichtgeving over het verre buitenland eruit?

Het was af en toe frustrerend om vanaf mijn Arnhemse bureaustoel een programma in elkaar te draaien over radioreportages in het Midden Oosten, multimedia items in China en correspondenten 2.0 in Rusland. Hoe zou ik het zélf vinden om gewapend met laptop, camera en een audiorecorder op zoek te gaan naar verhalen die verteld moeten worden? Op een zonnige namiddag in april uit ik deze stille wens onder het genot van een witbiertje op het terras van lokaalmondiaal’s stamkroeg Café Vrijdag.

En zo ruil ik de druilerige Nederlandse decembermaand dit jaar in voor het land van de Serengeti en de Kilimanjaro. Voor het vakblad over ontwikkelingssamenwerking Vice Versa ga ik een grote reportage maken over de terugtrekking van Nederlandse bilaterale hulp uit Tanzania. Verder werk ik aan een vooronderzoek voor een nieuw lokaalmondiaal project over ontwikkelingsjournalistiek in Afrika.

Twintig minuten en vijf onderhandelpogingen later zit ik in de taxi naar het guesthouse. Ik noch mijn chauffeur weten waar De Friendly Gecko zich bevindt. Terwijl Joseph al slingerend over de wegen in Dar es Salaam zijn hele vriendenkring belt, flitsen knetterende houtvuurtjes en kleine geïmproviseerde winkeltjes met allerlei koopwaar voorbij. De voorbijganger aan wie we uiteindelijk de weg vragen stapt achterin en begeleidt ons moeiteloos naar “the big white house with the black gate”. Karibu.

Vanochtend maak ik kennis met Dar es Salaam bij daglicht en race ik met een driewielig gevaarte (bajaji) naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum. Drinkwater, check. Lading vers fruit, check. Tanzaniaanse simkaart, check. Aan de slag dan maar. In het guesthouse heb ik het balkon ingericht als kantoor en terwijl er een mug in mijn oor zoemt probeer ik de drukte van de afgelopen maanden van me af te zetten. Gestructureerd bel ik nummer na nummer om afspraken voor deze week vast te leggen. Na talloze pogingen krijg ik eindelijk Mr. Robby te pakken, de personal assistant van Minister Mary Nagu (die ik heel graag wil interviewen). Hij wil mij eerst uitgebreid spreken voordat ik Mrs. Nagu mag zien: “I need to know exactly where your article is about”.

Heel makkelijk wordt het vast niet. Maar ik vind het nu al leuk. Zoals Frenk van der Linden (journalist, mede-initiatiefnemer Avond van de Buitenlandjournalistiek en presentator van de avond) schreef in een mail die hij mij vorige week, the day after, stuurde:

“Er komen ongetwijfeld weer mooie nieuwe projecten. Eerst maar op naar Tanzania jij. Het diepe in”.

RECENT POSTS