January 3, 2012

Ik ben een journalist (deel 2)

“You are obviously new here”. Naast me staat een man met kaki blouse en zwarte aktetas. We zijn net geland in het westen van Tanzania en ik kijk afwachtend naar alle bagage die uit het vliegtuig wordt gegooid. “You really have to be more pushy, otherwise these people will run over you”, knauwt de man. Meet Shaun. Australiër. Werkzaam in de dubieuze mijnindustrie. Nu maarliefst zeven weken in Tanzania. “Yes I live here, I’ll help these Africans dealing with their enormous amount of gold”. Het zal wel. Ik zie de dollartekens in zijn ogen. Niet gediend van zoveel arrogantie en betweterigheid probeer ik van hem af te komen. Welkom in Mwanza.

De visie van de onafhankelijke consultant, de wetenschapper, de Nederlandse ambassade, het ministerie van buitenlandse zaken en een groot internationaal adviesorgaan heb ik inmiddels af kunnen vinken. Het is tijd om inzicht te krijgen in de mening van het maatschappelijk middenveld over het schrappen van Tanzania op de lijst van Nederlandse partnerlanden.

Dreigende donkere wolken en weggeslagen wegen verraden dat ook hier het regenseizoen nog niet ten einde is. Ik ben op bezoek bij de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV. Rinus van Klinken heeft me uitgenodigd om te zien wat SNV zoal doet in de Lake Victoria Zone. Rinus, grijs krullend haar en een grote bril, vloeiend in Swahili, woont al ruim dertig jaar in Afrika en is een perfecte bron als het gaat om de ontwikkelingen in Tanzania on the ground. Terwijl grote regendruppels op het metalen dak kletteren gaan we van start met de focusgroepdiscussie die Rinus heeft georganiseerd. Eén voor één gaan de mensen aan tafel gretig in op de vragen en stellingen die ik opwerp. “Deze goed opgeleide, bewuste en proactieve Tanzanianen hebben een zeer uitgesproken mening. Dat geeft helaas geen representatief beeld”, nuanceert Rinus na afloop. “Maar juist zij zijn in staat om hun gemeenschap positief te beïnvloeden en bewustzijn te creëren”.

Samen met Sanne, een Nederlandse young professional die zich binnen SNV voornamelijk bezighoudt met water, sanitation & hygiëne (WASH), drink ik na de enerverende discussie een biertje in Hotel Tilapia. We kijken uit over Lake Victoria en aan de overzijde van het meer stijgt langzaam de maan op. De bar vult zich met Mwanza’s expatgemeenschap en aanhang. Indische zakenmannen, Australische en Canadese mijnwerkers, andere lugubere geldzoekers en een aantal schaars geklede prostituees nemen plaats aan de bar. De whisky vloeit rijkelijk. Rinus’ dochter Marijka, dezelfde krullen en behangen met Afrikaanse sieraden, heeft zich inmiddels bij ons gevoegd. “Mijn moeder is Engels, mijn vader Nederlands en ik ben geboren in Kenia. Ik heb een Nederlandse naam en een Nederlands paspoort”, legt ze uit. “Maar ik spreek geen Nederlands, alleen Engels en Swahili”. Blijkbaar verschijnt er een verwarde uitdrukking op mijn gezicht. “Ja”, zegt ze, “het is een soort identiteitsprobleem”. Na urenlange gesprekken, toch nog één biertje en een hete Indische maaltijd rol ik iets na elven mijn hotelbed in.

Jaren ’90 hitjes van Celine Dion en de Backstreet Boys komen uit de boxen. De drie dames achter de bar kijken verveeld naar de televisie waarop een met belletjes versierde Indiase buikdanseres galmend de cd-speler probeert te overstemmen. Het is zondagmiddag en ik zit in het TL-verlichte restaurant van Kingdom Hotel. Terwijl ik een vegetarische springroll en een avocado salade eet, werk ik mijn dagboek bij. Hoe zit dat eigenlijk als je als journalist te gast bent bij een NGO? vraag ik me af. SNV haalt me op van het vliegveld, trommelt mensen op voor een groepsdiscussie, neemt me mee naar een bruiloft en regelt een fieldtrip voor me. Gastvrijheid en generositeit alom. Maar kan ik nu nog wel kritisch en objectief zijn? Mijn journalistieke werk staat voorop en dat moet ik strikt scheiden van de privé-gesprekken, bedenk ik. Professioneel afstand nemen en niet te betrokken raken is wellicht de oplossing.

De volgende ochtend ben ik met Sanne en Alex en Martin (initiatiefnemers van de lokale organisaties waar SNV mee samenwerkt) al vroeg op weg naar Magu District. De grote witte landcruiser manoeuvreert zich moeiteloos over de rode modderige wegen. De hoogbouw en de stedelijke chaos van Mwanza maken plaats voor uitgestrekte rijstvelden, rustieke dorpjes en kuddes koeien voortgedreven door jonge herders. Op het programma staat een bezoek aan drie projecten. Tijdens een gesprek met de heren van een watercomité in het dorp Kabila en een bezoek aan twee basisscholen waar een WASH-project wordt uitgevoerd, wordt het werk dat SNV doet in deze regio steeds concreter. Daarnaast grijp ik deze kans om uit te vinden hoe “de gewone Tanzaniaan” denkt over de situatie in zijn land, donorafhankelijkheid en de decennialange aanwezigheid van Nederland. “Nederland? Wat is dat?” vraagt een watertechnicus in het Swahili.

Toevalligerwijs gaat Leonie, Rinus’ vrouw, de dag erna richting het noorden met hun oude doch uitstekend dienstdoende Landrover. Of ik een lift wil. Het alternatief is een dertig-urige hobbelige busreis dus haar aanbod klinkt als muziek in mijn oren. En zo zit ik een flink aantal uren naast een Britse, maar eigenlijk half-Afrikaanse, zeer praatgrage dame. Ik hang aan haar lippen. Van miraculeuze bevallingen tijdens haar periode als vroedvrouw in de kleinste gehuchten tot de vele reizen en het gebrek aan een ‘echt thuis’. Terwijl we honderden kilometers afleggen leer ik Afrika op een andere manier bekijken: door de bril van een volledig geïntegreerde blanke vrouw in Afrika, die na meer dan dertig jaar nog steeds getergd wordt door het M-woord (mzungu – blanke) en tegelijkertijd veel moeite heeft met de materialistische manier van leven in Europa. “Wherever we are, we always feel like outsiders”.

Mount Meru (4566 meter), doemt op in de verte. Een dik pak wolken ontneemt ons het zicht op de top. We naderen Arusha, de uitvalsbasis voor Tanzania’s toeristische kersen op de taart: De Serengeti en Afrika’s hoogste berg, de Kilimanjaro (5869 meter). Met een aantal bloementelers en zadenbedrijven is Nederland goed vertegenwoordigt in deze regio. Een perfecte mogelijkheid om Nederlanders in de private sector aan het woord te laten.

RECENT POSTS