January 5, 2012

Ik ben een journalist (deel 3)

Met gevaarlijke zig zag bewegingen proberen de roekeloze piki piki’s de dalla dalla’s en de talloze safari jeeps te ontwijken. Aan de overzijde van de diepe, naast de weg gelegen greppels, worden ananassen, zonnebrillen, pinda’s en opblaasdolfijnen verkocht. Mount Meru lijkt als een soort meester over de stad te heersen. De berg en de omringende heuvels brengen natuur naar de stad. Groene bananenbladeren en mangobomen overheersen en de berglucht zorgt voor een verkoelende bries. Arusha. ‘lush and green and gateway to Tanzania’s main tourist attractions’, aldus Lonely Planet. 

“Madam, madam, I give you cheap safari”, terwijl ik over Sokoine Road loop moet ik deze ‘nep touroperators’ letterlijk van me af slaan. Op de parkeerplaats van de Shoprite supermarkt, waar ik mijn dagelijkse hoeveelheid vitaminen poog te bemachtigen, blokkeren grote luxe safariwagens de ingang. Mzungus met kaki blouses, afritsbroeken en verrekijkers om hun nek eten vluchtig een broodje voordat ze op weg gaan naar de The Big Five. Om me, enigszins recalcitrant, af te zetten tegen de grote hoeveelheid toeristen hier, heb ik mijn pumps weer uit mijn rugzak getrokken. In mijn rode jurkje stap ik achterop de piki piki op weg naar mijn eerste interview.

“Karibu”, General Manager Sam Obae opent de grote zware gate waarop in grote hoofdletters Kilimanjaro Film Institute geschreven staat. In Nederland heb ik gesproken met Geert van Asbeck, een Nederlandse mediaondernemer die deze filmopleiding een aantal jaar geleden heeft opgezet. Inmiddels is de dagelijkse leiding in handen van Sam, en hij laat me graag ‘zijn grote trots’ zien. De school ligt verscholen tussen de fruitbomen en met zicht op Mount Meru kan de locatie niet beter.

Op de binnenplaats staat een groep studenten met blauwe shirts aan te filmen. “Ze hebben een tentamen”, vertelt Sam. De opleiding heeft plaats voor twintig zeer gemotiveerde studenten per jaar. Alle studenten hebben een disadvantaged background en krijgen op deze manier toch de kans om een opleiding te genieten en hun kans op betaald werk te vergroten. “Daarbij is het belangrijk dat de mediasector zich ontwikkelt in Tanzania. Er is behoefte aan gekwalificeerd personeel en lokale content”, legt Sam uit. Na een rondleiding over de kleine campus spreek ik een aantal studenten over hun ervaringen en dromen. “Editing is mijn passie”, vertelt Peter met een stralende lach, “mijn droom is om heel succesvol te worden en om ooit mijn eigen bedrijf te beginnen”.

Na de vele interviews en afspraken in de eerste tien dagen besluit ik in het noorden van Tanzania een wat Afrikaanser tempo aan te nemen. Pole pole.

Er is zelfs tijd voor een ‘echt’ weekend boordevol sociale activiteiten. Vrijdagavond staat in het teken van bier, naoma choma (gegrild vlees) en een potje pool in een bar met te luide Afrikaanse muziek. Op zondag geef ik mijn nieuwe vrienden zwemles in het zwembad van een luxe lodge buiten de stad, “Kikker, vliegtuig, potlood”, en krijgt mijn gezicht zelfs wat zonlicht. Het koele klimaat maakt het mogelijk om onder een deken te slapen en het aantal uur slaap per nacht vermenigvuldigt hierdoor. ’s Ochtends check ik mijn mail onder het genot van een kop thee en toast en een Spaanse omelet. Life is good.

Bloemen. Frambozen. Zaden. Nederland is goed vertegenwoordigd in en rondom Arusha. Dit is dan ook de voornaamste reden van mijn bezoek aan deze regio. Hoe kijken Nederlandse ondernemers aan tegen de terugtrekking van Nederlandse ontwikkelingshulp? “Het is een fantastische beslissing”, stelt Henri van der Land van het Nederlands-Tanzaniaanse consultancy bedrijf Match Makers Associates. We nuttigen een luxe lunch in de tuin van het chique Mount Meru Hotel, waar hij op dat moment deelneemt aan een conferentie over duurzame business en ontwikkeling. Ook Harald Peeters, als enige expat werkzaam bij de grote organisatie Rijkzwaan, vindt dat zijn bedrijf bijdraagt aan ontwikkeling in Tanzania. Ik verruil mijn pumps voor steriele Crocs, hijs mezelf in een lange witte jas en we lopen de kassen in. Tussen de lange rijen plantenstekken verwijderen vrouwen de rotte bladeren en bloemen. “Het creëert werkgelegenheid. Mensen krijgen hier een goed salaris en we bieden hen sociale zekerheid”, legt Harald uit. Sjouke Bruinsma, directeur van Rotian Seeds, bekijkt de zaak ook van de andere kant. “Het één hoeft het andere niet uit te sluiten. Onderwijs en gezondheidszorg zijn primaire behoeften en we moeten hierin blijven investeren”, zegt de grote Fries, ruim dertig jaar werkzaam in Tanzania.

“Kiwiko”, ik wijs naar mijn elleboog, mijn Useful Phrases Swahiliboekje in mijn hand. “Elbow” zegt de taxichauffeur. “Mguu”, de taxichauffeur brengt zijn hand naar mijn been. “Indeed, leg”, zeg ik terwijl ik zijn hand tactisch tegenhoud. Na een rondleiding in de hete kassen van Rijkzwaan zit ik in de taxi terug naar Arusha. Het voertuig voor ons veroorzaakt een grote rode stofwolk en de zakkende zon zorgt voor een mysterieus aanzicht van het omringende landschap.

De volgende ochtend om zes uur zit ik met een fles water, drie pruimen en een droog en smakeloos broodje in een overvolle bus. Ik laat de koele nachten achter me en ga de hete, vochtige hoofdstad tegemoet. Ik voel hoe het zweet op mijn been zich mengt met het zweet van mijn buurman. Twaalf lange uren met geen beenruimte en weinig frisse lucht. We rijden door dorpjes waar mensen als aasgieren op de bus afstormen om hun waar te verkopen aan de passagiers. Gaan voorbij de Usambara Mountains. Doorkruisen een droge savanne vol met cactussen. Missie Arusha volbracht. Op naar Dar es Salaam voor de laatste interviews.

RECENT POSTS